Meteen na de laatste maaibeurt moet het toestel grondig gereinigd worden. Grasresten die aan de binnenzijde van de behuizing kleven, kunnen met een spatel uit hout of kunststof verwijderd worden. Grasresten horen ook niet thuis tussen de koelribben of in de buurt van de uitlaatpijp. Daar kunnen ze trouwens ontbranden. De grasmaaier maakt u met borstel en water schoon. Daarbij kan een tuinslang handig zijn.
Voorzichtig: richt geen krachtige waterstraal op lagers, dichtingen of motoronderdelen. Anders kan het toestel beschadigd worden. Om de onderzijde van de behuizing schoon te maken, kantelt u de grasmaaier naar achteren zodat de bougie naar boven keert. Kantelt u het toestel opzij, dan kan er olie in de luchtfilter of de uitlaat terechtkomen en kan de schade aanzienlijk zijn.
De laatste controle
Het maaimes moet voor het eerste gebruik in de lente intact zijn. Als het barsten of krassen vertoont, moet het meteen bij de VIKING vakhandelaar omgewisseld worden. Daarnaast is het aan te bevelen om het mes te demonteren en het te slijpen. U kunt het ook door een vakman laten slijpen en uitbalanceren. We raden u trouwens aan om dit proces telkens na ong. 25 bedrijfsuren uit te voeren, zodat het toestel optimale maaiprestaties blijft leveren.